ألف جملة هولنديّة

العمل

Werk

من طلب العمل إلى أوّل يوم، وما تقوله بعد ذلك حين لا تفهم أو لا تستطيع.

الضغط على الجملة الهولنديّة يُشغّل صوتها.

سرعة الاستماع

هذا يبطّئ سرعة النطق، فتتمكن من سماع الأصوات داخل الكلمات بوضوح أكبر. أما زر «بطيء» فيشغّل تسجيلًا آخر يحتوي على فواصل قصيرة بين الكلمات، لتتمكن من سماع حدود كل كلمة بوضوح.

كلّ جمل الموضوع أمامك، مع الترجمة والشرح.

Ik zoek werk.

Heeft u werk voor mij?

Ik wil graag solliciteren.

Ik heb gereageerd op uw advertentie.

Ik heb mijn cv meegestuurd.

Ik heb nog niets gehoord.

Wanneer hoor ik iets van u?

Ik ben nog aan het inburgeren.

Ik mag in Nederland werken.

Ik heb zes jaar in een winkel gewerkt.

Ik heb ervaring met dit werk.

Ik heb daar geen ervaring mee.

Ik leer snel.

Ik ben op tijd en ik werk hard.

Mijn Nederlands is nog niet goed, maar ik leer elke dag.

Ik kan meteen beginnen.

Hoeveel uur per week is het?

Wat is het uurloon?

Is het een vast contract?

Voor hoeveel maanden is het contract?

Krijg ik een proeftijd?

Wanneer krijg ik het contract op papier?

Mag ik het contract thuis lezen?

Ik neem de baan graag aan.

Hoe laat begint mijn dienst?

Hoe laat ben ik klaar?

Ik werk van maandag tot vrijdag.

Ik kan niet in het weekend werken.

Ik kan die dag niet werken.

Kan ik van dienst ruilen?

Wanneer is de pauze?

Hoelang duurt de pauze?

Ik heb overgewerkt.

Worden de overuren betaald?

Ik wil graag meer uren werken.

Ik wil graag minder uren werken.

Vandaag is mijn eerste dag.

Waar kan ik mijn jas laten?

Kunt u het nog een keer laten zien?

Ik heb het niet begrepen.

Kunt u het rustig uitleggen?

Doe ik het zo goed?

Wat wilt u dat ik nu doe?

Aan wie moet ik dit vragen?

Dat kan ik niet alleen.

Kunt u mij helpen?

Ik ben klaar. Wat nu?

Is dit gevaarlijk?

Ik heb handschoenen nodig.

De machine doet raar.

Ik ben gewond.

Er is een ongeluk gebeurd.

Waar is de EHBO-doos?

Ik weet niet hoe dit werkt.

Ik moet mij ziekmelden.

Ik ben vandaag ziek en kan niet komen.

Ik hoop morgen weer te komen.

Ik ben beter en kom weer werken.

Ik moet naar de dokter tijdens werktijd.

Ik wil vrij vragen.

Ik wil twee weken vakantie opnemen.

Hoeveel vakantiedagen heb ik nog?

Ik heb een afspraak op het gemeentehuis.

Wanneer krijg ik mijn salaris?

Ik heb mijn loonstrook niet gekregen.

Het bedrag klopt niet.

Ik heb meer uren gewerkt dan hier staat.

Kunt u dit voor mij nakijken?

Ik heb mijn bankrekening veranderd.

Krijg ik reiskosten vergoed?

Hoe heet jij?

Werk jij hier al lang?

Kun jij mij dit even laten zien?

Zullen we samen pauze nemen?

Wil jij ook koffie?

Fijn weekend!

Tot maandag!

Ik versta jullie nog niet altijd.

Praten jullie wat langzamer, alstublieft?

Ik heb een fout gemaakt.

Het spijt me, het gebeurt niet weer.

Ik was te laat door de trein.

Ik voel me hier niet prettig.

Met wie kan ik hierover praten?

Ik wil graag een gesprek met u.

Ik wil ontslag nemen.

Wat is de opzegtermijn?

Bedankt voor alles.